Hoe kun je NDE-compatibel werken? Een terugblik op de webinars
11 mei 2026Samen werken we aan een netwerk van verbonden, digitaal erfgoed, met de gebruiker als uitgangspunt. Dit doen we in lijn met de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed 2025-2028. In dit kader organiseerde het Erfgoedhuis een reeks van online webinars over NDE-compatibel werken. We schreven een terugblik voor je.
Het collectieregistratiesysteem (of collectie-informatiesysteem) vormt hierbij het kloppend hart van de collectie. Deze maakt het mogelijk om NDE-compatibel te werken met je digitale collectie, dus in lijn met de uitgangspunten van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed en het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE). Op deze manier kun je je digitale collectie duurzaam bewaren en verbinden met andere collecties.
Steeds meer erfgoedorganisaties maken gebruik van een systeem dat NDE-compatibel werken mogelijk maakt. Hoe kun je hier zelf mee aan de slag gaan? Tijdens deze webinarreeks gingen we met experts in op de zogenaamde ‘vijf vinkjes’ van NDE-compatibel werken om digitaal erfgoed vindbaar en toegankelijk te maken.
Webinar 1: Duurzame identifiers
Een belangrijke voorwaarde om je digitale collectie duurzaam te bewaren en te verbinden, is om hier duurzame identifiers (PID’s) aan te koppelen.
PID staat voor Persistent Identifier: een vast, blijvend webadres voor elk collectie-object. Met behulp van de PID-wijzer kun je een PID-service kiezen die bij jouw organisatie en collectie past. De PID heeft een specifieke opbouw, gerelateerd aan jouw organisatie. Je dient als organisatie het proces van voorbereiding, implementatie en beheer te doorlopen.
Het beheer van PID’s roept vragen op, zoals wat er gebeurt er als de beheerder van deze identifiers stop met het beheer ervan? Of wanneer je als organisatie een object afstoot (of kwijtraakt): wat doe je dan met bijbehorende PID?
In sessie 1 ging Sam Alloing (Nationale Bibliotheek - KB) in op het gebruik en de inrichting van duurzame identifiers binnen je organisatie.
Bekijk de presentatie van Sam hier.
Webinar 2: URI’s en het Termennetwerk
Om erfgoeddata uitwisselbaar te maken, is het belangrijk dat je dezelfde ‘taal’ spreekt. Hiervoor is het nodig om termen uit gecontroleerde terminologiebronnen, zoals thesauri en trefwoordenlijsten, te gebruiken. Zodat je een object, locatie of persoon op dezelfde manier beschrijft en deze met elkaar kunnen worden verbonden.
Het gebruik van termen zorgt ervoor dat we collectieregistratie standaardiseren, zodat we als mens kunnen lezen dat we dezelfde plaats (’s Gravenhage en Den Haag) of kunstenaar (Rembrandt en Rembrandt van Rijn) bedoelen.
Belangrijk is om hierbij een Uniform Resource Identifier (URI) toe te voegen aan de term; op die manier kan ook een computer lezen welke term je bedoelt. Zo zorgen we er bijvoorbeeld voor dat we vader en zoon André Rieu (beiden componist!) niet door elkaar halen in onze collectieregistratie.
Een handig hulpmiddel om terminologiebronnen te doorzoeken, is het Termennetwerk. Hier kun je onderzoeken welke thesauri bij jouw collectie passen om aan specifieke velden te koppelen.
Tijdens sessie 2 nam digitaal-erfgoed-coach Wouter Daemen (Huis voor de Kunsten Limburg) de deelnemers mee in het gebruik van termen in de collectieregistratie. En hoe het gebruik van termen Limburgse collecties verbonden en vindbaar maakt.
Bekijk de presentatie van Wouter hier.
Webinar 3: Linked (Open) Data publiceren
Om een netwerk van verbonden erfgoed te creëren, is het een voorwaarde om de collectie als linked (open) data te publiceren. Hiermee maak je het mogelijk om relaties en verbindingen binnen en tussen objecten te leggen. Het collectieregistratiesysteem maakt dit mogelijk.
Linked (open) data (LOD) draagt bij aan het netwerk van verbonden erfgoeddata. LOD maakt het mogelijk om objecten en collecties over de muren van erfgoedorganisaties met elkaar te verbinden. Zo kan het schilderij De Nachtwacht van Rembrandt (Rijksmuseum) worden verbonden met een archiefstuk over in ondertrouw gaan door Rembrandt (Stadsarchief Amsterdam). Een belangrijke voorwaarde is dat je als erfgoedorganisatie aan de slag gaat met het gebruik van standaardisering: identifiers, termen (en URI’s!) in je collectieregistratie. Op basis hiervan kunnen triples (subject-predicaat-object) worden opgebouwd. En zo kunnen relaties worden gelegd, bij voorkeur met behulp van datamodel schema.org, tussen erfgoedinformatie.
Tijdens sessie 3 presenteerde Bob Coret (Nationale Bibliotheek - KB) de basisprincipes van linked (open) data en de aandachtspunten hierbij.
Bekijk de presentatie van Bob.
Webinar 4: Vindbaar maken in het Datasetregister
Om (her)gebruik van erfgoeddata te bevorderen, is het noodzakelijk om hiernaar te verwijzen via het Datasetregister. Hiermee wordt het bijvoorbeeld mogelijk om je collectie op (diensten)platforms te (laten) presenteren.
Om datasets geschikt te maken voor (her)gebruik, is het belangrijk om de juiste informatie mee te geven aan datasetbeschrijvingen. Zoals een titel, maker, licentie en bijvoorbeeld een beschrijving. Je kan hierbij zowel de gehele collectie, als diverse deelcollecties aanmelden in het Datasetregister.
Op deze manier bedien je als erfgoedorganisatie diverse gebruikers, zoals onderzoekers en softwareontwikkelaars. Maar ook voor zichtbaarheid in zoekmachines en erfgoedplatforms is het aanbieden van data via het Datasetregister aan te bevelen.
Julie Rousseau (Netwerk Digitaal Erfgoed) presenteerde hoe je als erfgoedorganisatie je datasets zichtbaar kan maken via het Datasetregister.
Bekijk de presentatie van Julie hier.
Meer informatie
Rowan Huiskes
Senior adviseur digitalisering, digitaal-erfgoedcoach
Ontvang nieuwsbrieven in je mailbox
Wil je op de hoogte gehouden worden van wat er speelt in het Zuid-Hollandse erfgoed? Abonneer je dan op een van onze nieuwsbrieven!