Laden...

    Molenverhalen / Maria den Boer-Dorst

    Maria den Boer-Dorst (1924) werd geboren op de Nieuwe Molen in Mijnsheerenland. Ze groeide op in Puttershoek, op de poldermolen langs de boezemvliet.

    Gepubliceerd op: 28 april 2020
    Een tram passeert de molen (Collectie Regionaal Archief Dordrecht)

    "Het molenaarsvak is altijd van kind op kind gegaan", aldus Den Boer-Dorst. Haar vader, Willem Dorst, werd molenaar toen zijn vader overleed. "Mijn vader heeft op de Nieuwe Molen gezeten tot 1925, toen is hij molenaar geworden op de watermolen van Puttershoek. De molen heeft nog maar een paar maanden op de wind gemalen en toen is hij elektrisch geworden. Waar het scheprad zat hadden ze een pomp neergezet. Dat werd de machinekamer. Mijn vader was daar wel blij mee. Volgens mij heeft hij weleens gezegd dat hij nou binnen kon blijven. Vroeger was hij altijd buiten 's nachts."

    De modernisering had ook andere voordelen. Den Boer-Dorst: "Door de machine is de molen helemaal gemoderniseerd van binnen. Na de verbouwing is alles groter geworden. Een mooie kamer, een prachtige keuken. Je had gewoon alles. Ja, niet zoals het tegenwoordig is, maar toch anders dan bij andere mensen. We kregen waterleiding en ook gelijk electriciteit natuurlijk, voor het gemaal." En: "De meeste mensen hadden buiten een plee, maar wij hadden binnen een wc."

    "Het gemaal maakte natuurlijk wel leven, maar dat was je gewend. Als er iemand bij ons sliep, een vriendin of een vriendje van mijn broer; ja, die sliepen de eerste nacht niet. Maar wij woonden vlak bij de tramlijn en toen de tram voor het eerst over de brug bij ons ging sliepen wij de eerste nacht ook niet. Maar ja, dat is een paar nachten en dan hoor je het niet meer. Zo is dat met die machine ook."

    Met leidingwater werd secuur omgesprongen. Voor veel zaken werd water uit de vliet gebruikt. Daarvoor werd gebruik gemaakt van "de stap", de boenstoep. Den Boer-Dorst: "Daarop deden we 's ochtends de was spoelen. Het water was toen veel schoner dan tegenwoordig. De tweede keer spoelen deden we dan met leidingwater. Dat kostte geld, dus daar waren we zuinig mee. Dat ging bij het slachten ook zo. Als mijn vader een kip geslacht had, werd eerst het vuil helemaal uitgespoeld en schoongemaakt in de vliet en dan pas onder de kraan. Op de stap deed je in de zomer ook pootjebaden. 's Zomers als het warm was, werd een oud hemd aangetrokken en een oude broek en zaten we in het water, tegen de stap aan. Zwemmen kon je niet. Geen één molenaar kon zwemmen [lacht]. Wij konden ook niet zwemmen, maar we zaten altijd in het water."

    Naast het werk als molenaar had haar vader ook andere werkzaamheden, zoals onderhoud aan grindwegen in de polder. Ook werd vis gevangen. Den Boer-Dorst: "Met een zeeg, of gewoon met fuiken. Paling, brasem en witvis. Als hij een hoop vis had, dan ging hij ermee naar Dordt, om te verkopen." En als vader van huis was en er gemalen worden? "Als het hard regende en mijn vader was niet thuis omdat hij aan het werk was, dan deed moeder het gemaal op gang gooien. Dat mocht eigenlijk niet, maar ja, dat deed ze wel. Als het nodig was, werd er gemalen, of het nou zondag was of niet."

    Lees onderaan het volledige molenverhaal van Maria den Boer-Dorst

    Reageren

    Laat een reactie achter 0 berichten

    Reactie achterlaten

    Deze website maakt gebruik van cookies

    Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt.

    Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien.