Laden...

    Molenverhalen / Nico Kempenaar

    Nico Kempenaar (1940) is agrariër en oud-bestuurslid van de Drooggemaakte Polder Westzijde Aarlanderveen. In deze polder ligt de molenviergang Aarlanderveen.

    Gepubliceerd op: 06 augustus 2019
    Blik op de polder vanaf de boerderij van de familie Kempenaar (Foto Ellen Steendam)

    "Ik ben bij het polderbestuur betrokken geraakt door mijn opa en vader, die een boerenbedrijf hadden hier in de polder. Mijn opa kwam uit Ter Aar, maar nadat hij in Aarlanderveen kwam wonen is hij al gauw in het polderbestuur gekomen. Toen mijn opa overleed, is mijn vader erin gekomen. (…) Het bestuur werd gekozen door de boeren en andere grondbezitters, de zogenoemde ingelanden. Het aantal stemmen ging per hectare. Grote boeren mochten dus meer stemmen uitbrengen dan kleine."

    "Het polderbestuur was verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het gebied. Het bestuur kwam bij elkaar als het nodig was en als er polderschouw was. De polderschouw vond twee keer per jaar plaats, er was een zomerschouw en een winterschouw. Bij de zomerschouw keek men of de hoofdwatergangen voldoende open waren om het water vlot af te voeren naar de molens. De winterschouw was altijd rond 1 november en dan werd gecontroleerd of de boeren de slootkanten netjes hadden opgeknapt."
     
    Er werd vergaderd in het Oude Rechthuis in Aarlanderveen. Kempenaar:"Tijdens een poldervergadering was er altijd aardig wat commentaar en de avond duurde vrij lang. Er werd ruim de tijd genomen voor koffie, maar ook voor de borrel erna. Toen mijn vader in 1969 overleed, hebben ze burgemeester Gallas van Alphen aan den Rijn als nieuwe voorzitter gevraagd en die voelde daar wel voor. Maar toen de burgemeester voorzitter was durfde niemand zijn mond meer open te doen en was de vergadering om negen uur afgelopen. Ik zal het nooit vergeten, er was een hele oude, dikke boer die met een stok liep en altijd vooraan ging zitten. Toen we wegliepen, zei hij: 'Er is geen donder meer aan, er is niet eens meer tijd voor een borrel.'"

    "Omdat de molenaars in dienst waren bij de polder waren ze afhankelijk van het polderbestuur. Het is wel eens gebeurd dat een molenaar vreselijk op zijn kop kreeg, toen er een kade was doorgebroken. 'Je hebt het water te hoop opgemalen', kreeg hij te horen. 'Je had eerder moeten stoppen!' Dat vond ik heel onterecht, want het was niet waar. Het stond op die plek wel vaker zo vol dat het het water bijna over de kade liep, maar er was nooit eerder wat gebeurd. Bovendien was die kade verzwakt doordat die was opengemaakt door het waterschap om er een hulpgemaal neer te zetten."

    Het was lastig om iedereen tevreden te houden, aldus Kempenaar. "Sommige boeren leken wel een abonnement te hebben op bellen naar het waterschap. Dan belde de één dat het water te hoog stond, terwijl het onder het peil stond toen ik kwam kijken. En een ander klaagde: 'Het water staat veel te laag. Mijn schapen kunnen niet goed drinken'. Het was niet snel goed.”

    Reageren

    Laat een reactie achter 0 berichten

    Reactie achterlaten

    Deze website maakt gebruik van cookies

    Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt.

    Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien.