Laden...

    Molenverhalen / Cees Noorlander

    Cees Noorlander (1949) komt uit een echte molenaarsfamilie. Hij is sinds 1976 vrijwillig molenaar van de Oude Weteringmolen in Streefkerk. “Ik ben de vijfde generatie Cornelis Noorlander die een molen bedient.”

    Gepubliceerd op: 25 mei 2020
    Opa en oma Noorlander met Meindert van Dulst, bij wie ze waren ingetrokken op de Achtkante Molen in Streefkerk (Particuliere collectie)

    "Mijn opa was beroepsmolenaar. Mijn vader is geboren op de Sluismolen in Streefkerk, maar in 1932 zijn ze naar de Achtkante Molen gegaan, ook in Streefkerk. Dat zat zo: op de Achtkante molen woonde een vrijgezelle molenaar, Meindert van Dulst. Mijn oma hielp hem in de huishouding, om bij te verdienen. Toen vroeg die man: 'Waarom komen jullie niet bij mij wonen?' Mijn grootouders hadden vijf kinderen en een achtkante molen is groter dan een wipmolen."

    "Toen mijn opa begon als molenaar verdiende hij 350 gulden in het jaar. Later kreeg hij er 100 gulden bij, omdat hij molenaar werd op een peilmolen en het waterpeil in de gaten moest houden. Hij was in dienst van het polderbestuur en die boeren waren ook eigenaar van de molens en moesten ze onderhouden. Het salaris was niet hoog, maar de boeren zeiden altijd: 'ja, maar je hebt vrij wonen hoor, je hebt vrij wonen.'" [lacht]

    Er werd bijverdiend met slootwerk, het uitbaggeren van sloten, en ander werk voor boeren uit de buurt. Noorlander: "De boeren hadden vroeger veel meer mensen nodig dan nu. In de winter verdiende hij bij met spitten en riet snijden. Dat riet verkochten ze. Riet was vroeger beter van kwaliteit dan nu. Het werd gebruikt voor daken, maar er werden ook rietmatten van gevlochten om bij eendenkooien neer te zetten. De verhouding tussen mijn opa en de boeren waar hij voor werkte was best goed. Als ze een molenaar hadden, die echt trouw was, die ze konden roepen als ze hulp nodig hadden, dan waren de boeren daar trots op."

    Opmerkelijk: er werd ook geld verdiend met het vangen van mollen. Noorlander: "Die mollen werden gevild en dan werd het huidje op een plankje gespijkerd. Die droogden ze dan achter de kachel. Je kan je misschien wel voorstellen dat dat allemaal niet zo lekker ruikt [lacht]. Als je zo’n gedroogd huidje verkocht aan een handelaar, kreeg je er toentertijd wel 50 cent tot 1 gulden voor." De mollen werden gevangen met een hond. "Die hond was alles. Die mocht niet over de sloot springen, want hij mocht niet nat worden, hij moest mollen vangen. Dus dan namen ze het hondje onder de arm en sprongen ze zelf over het slootje." 

    En als zijn opa van huis was en de molen wel moest doormalen? Noorlander: "Daar hadden mijn opa en oma het volgende op bedacht. Mijn oma kon de molen wel stilzetten, maar meer niet. Dus als ze dacht 'het gaat helemaal niet goed met de lucht' moest ze mijn opa kunnen waarschuwen. In de Achtkante Molen zat een zwarte deur en mijn oma had figuren uit een wit laken geknipt die ze kon vastmaken op die deur. Die figuren kon je van ver af goed zien. Als er een vierkant op de deur zat, dan moest hij direct naar huis komen. Zat er een driehoek op, dan moest hij wel naar huis komen, maar was er geen haast bij."

    Lees onderaan het volledige verhaal van Cees Noorlander

     

    Reageren

    Laat een reactie achter 0 berichten

    Reactie achterlaten

    Deze website maakt gebruik van cookies

    Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt.

    Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien.